Bloggrfx/uploadedimages/kopjekoffie_thumb.jpg

Blog

Blog
]
HOE OVERLEEF IK EEN SAMENGESTELD GEZIN?


Voor de tweede keer in mijn leven ben ik een jaar geleden gestart met een samengesteld gezin. Samen met mijn partner wonen we sinds een jaar samen met een thuiswonende puberende zoon en drie uitwonende studerende dochters die af en toe eens aan komen waaien voor kortere of langere tijd.

Met de eerste ervaring nog in het geheugen ben ik er een jaar geleden anders ingestapt. Met minder verwachtingen, minder romantische ideeën en meer realisme. Want alleen met heel veel liefde gaat het niet slagen weet ik uit ervaring. Er zijn hele andere dingen nodig. En het is pittig, zo niet ‘a hell of a job’.

Een samengesteld gezin is eigenlijk helemaal geen gezin. Je gaat samenwonen met een aantal mensen waarvan de meesten elkaar nauwelijks kennen, geen geschiedenis met elkaar hebben en geen familie van elkaar zijn. Zij hebben echter samen de bedoeling er het allerbeste van te maken en doen hun uiterste best een nieuw thuis te creëren. Dat is een belangrijke drijfveer.

Een samengesteld gezin kun je zien als een fusie. Maar dan niet tussen twee bedrijven maar tussen twee kerngezinnen. Door deze fusie komen twee gezinnen met hun eigen patronen, gewoontes en culturen bij elkaar. Waren zaken voorheen volkomen vanzelfsprekend ‘zo doen wij dat in ons gezin’, nu blijkt dat ineens helemaal niet zo vanzelfsprekend meer te zijn. Veel van de zaken ‘zo doen wij dat in ons gezin en zo zijn onze manieren’, zijn (onbewust) in jaren gegroeid. Het is een onderlaag, een fundament, waarop dit specifieke kerngezin gebouwd is.

Bij een fusie tussen twee kerngezinnen komen alle onderlinge verhoudingen en relaties komen op zijn kop te staan en wordt er gerommeld aan dat fundament. Er komen vragen naar boven die wij ons zelf als gezin echt nooit gesteld hebben zoals: ‘Waarom wordt er, als iedereen bij elkaar is, alleen over koetjes en kalfjes gepraat? Waarom zegt niemand iets van het irritante gedram van Jan? Waarom helpt op een verjaardag niemand mee opruimen? Waarom moet de mobiele telefoon onder het eten uit? Honderden impliciete en expliciete gewoontes en regels die een gezin in de loop der jaren heeft ontwikkeld door de verhoudingen en banden tussen deze specifieke familieleden.

Een integratieproces is dan ook niet zo gemakkelijk. Het doorloopt verschillende fasen en neemt een aantal jaar in beslag. Er zijn heel wat boobytraps te omzeilen en als je niet oppast kom je al snel allebei in de volgende vicieuze cirkel terecht: Je wilt het goed doen → Je cijfert jezelf weg en doet wat je denkt dat anderen nodig hebben zonder dit te checken → Je bent chagrijnig omdat je merkt dat je teveel van jezelf op moet offeren → De kinderen hebben daar last van en de partner gaat bemiddelen → Je voel je schuldig en bent boos op jezelf dat je het niet beter doet. Je trekt je terug, je maakt ruzie of je probeert het opnieuw → de cirkel begint weer van voren af aan.
Of alle denkbare variaties hierop. Als je eenmaal doorhebt dat je hierin verstrikt raakt en je partner ook, wordt het tijd om er eens goed naar te kijken.

Wat gebeurt hier eigenlijk? Het is handig om het volgende te weten:
* De relaties tussen de gezinsleden zitten anders in elkaar dan bij een traditioneel gezin
* Er zijn verschillende (tegenstrijdige) emotionele belangen
* Je intuïtie over relaties en opvoeding staat onder druk. Je kunt niet meer jouw vertrouwde trucs uit de kast halen die voorheen altijd prima werkten om je gezin weer op de rit te zetten.
Er is dus meer nodig dan tijd, goede bedoelingen, een hart vol liefde en een lijstje met de regels op het prikbord in de keuken.

Als eerste is het belangrijk om het volgende te erkennen:
Het hele getouwtrek, ook in ons nieuwe samengestelde gezin, gaat over relaties, over hoe we ons verhouden ten opzichte van elkaar. Onze plek, die altijd volkomen helder en duidelijk was, is gaan wankelen. De plek waar we stonden ten opzichte van onze dierbaren is ineens niet meer vanzelfsprekend. En we willen die plek terug. Of in elk geval een andere plek om ons gezien te weten, ons belangrijk te voelen en respect te ervaren voor wie wij zijn.
En wij hebben daar de ogen van de ander voor nodig. Het gaat om: Zie mij. Respecteer mij. Heb mij lief. Erken mijn verdriet. Wees er voor mij.
Daar gaat het over in elk samengesteld gezin bij alle ‘gezinsleden’. En als dat verlangen naar verbinding en respect voor onze eigenheid niet wordt ingelost trekken wij ten strijde of we trekken ons terug. Wij willen of eisen onze plek! En dat terug trekken of dat eisen gaat helaas niet werken. De verwijdering wordt alleen maar groter. Soms zo groot dat het samengestelde gezin uit elkaar valt. En dat is best vaak. Slechts een derde van de samengestelde gezinnen is na 5 jaar nog bij elkaar!

Wat dan wel?
Creëer je eigen nieuwe plek. En doe dat zelf. Want een plek voor jezelf creëren is iets wat je vooral zelf moet doen. Dat kan een ander niet voor jou. Stop met pleasen! Neem zelf de regie! Voed jezelf. Maak jezelf gelukkig. Wacht niet af! Neem elkaars verantwoordelijkheid niet ongevraagd over. En communiceer en uit vooral waar jezelf behoefte aan hebt van de ander. Niet door te eisen maar door rustig aan te geven wat jij nodig hebt voor jouzelf om thuis te komen bij jezelf! Ook als dat niet zo leuk is voor de ander. Als je het bijvoorbeeld niet ziet zitten om mee op vakantie te gaan met de kinderen van je partner vertel het hem of haar, hoe lastig dat misschien ook is. Of als je meer tijd samen wilt als partners, organiseer het. Pas als je regie verwerft over je emoties, je anders opstelt tegenover je kwetsbaarheid en je de verantwoordelijkheid leert nemen voor wij jij bent en wat je nodig hebt, kan jij je anders opstellen in de relaties met je huisgenoten. Bedenk: Zonder jouw plek te creëren kun je ook geen plek voor de ander maken.

Een jaar onderweg in een samengesteld gezin weet ik dat wij als gezin nog door vele fasen moeten. Het is soms ‘a hell of a job’. Wij tasten, zoeken, proberen, raken soms de weg kwijt en vinden elkaar weer. Maar we blijven elkaar zien, respecteren, communiceren, maken elke keer weer verbinding en hebben vertrouwen. Naast dat alles is kennis vergaren hoe het werkt in een samengesteld gezin enorm belangrijk. Weten wat nodig is om aan zo’n groot avontuur te beginnen. Wil je meer weten over wat jij kunt doen in jouw samengestelde gezin of eens een gesprek hierover? www.murre-coaching.nl of bel 06-14825202


N.J. Murre, augustus 2017




DURFT U HET EVEN ECHT NIET TE WETEN?

Lange tijd wist ik wel hoe de wereld in elkaar zat. Ik had zoals ze zeggen: ‘aan een half woord genoeg’. Ik wist wat het beste was voor mijn cliënten, wat goed was voor mijn klanten en waar het met organisaties naar toe moest. Dit werd ondersteund door de mensen waarmee ik omging, die ook heldere meningen hadden. En als we tegengestelde meningen hadden, dan waren we vooral bezig met elkaar te overtuigen over welke weg er ingeslagen moest worden. Ik hoorde nooit eens iemand zeggen: ‘Goeie vraag, maar ik heb werkelijk geen idee wat hier het antwoord op is. Dat moeten we echt eens heel goed onderzoeken.’ Of ‘Wellicht moeten we hier de mensen, die het aangaat, eens echt over horen in plaats van dat wij vast gaan invullen wat zij nodig hebben.’ Nee, op elke vraag kwam meteen een antwoord vergezeld van een flinke hoeveelheid argumenten.

Hoe komt dat toch? Daar denk ik het antwoord dan wel op te weten. Geen antwoord hebben is namelijk een vorm van zwakte. Iets niet weten kan eigenlijk niet. Met een duidelijke mening en visie, over wat dan ook, pomp je bovendien je ego lekker op. In het (in mijn ogen) ergste geval word je binnen de kortste tijd een autoriteit op een bepaald gebied. Dat geeft aanzien, dan tel je mee, dan hoor je erbij. Het gevaar van oogkleppen loert om de hoek. En een antwoord, welk antwoord dan ook, betekent duidelijkheid, controle. Controle op hoe het moet, wat goed is en wat hoort. Het maakt dat we ons niet meer echt hoeven te verdiepen in iets of te moeten erkennen dat er gewoon (nog even) geen antwoord is. We kunnen prettig voortgaan op de ingeslagen weg. Onzekerheid is geen fijn gevoel. Als we onzekerheid ervaren, willen we er zo snel mogelijk vanaf. Een duidelijke mening hebben is comfortabel, geeft houvast.

Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik merk ‘het niet te weten’. De laatste jaren moet ik u het antwoord op veel existentiële en andere vragen schuldig blijven. Ik heb soms werkelijk geen enkel idee wat het antwoord is. En ik vind ook niet erg. Wellicht omdat ik steeds minder hang aan iets te moeten voorstellen. Het maakt anderen wel ongemakkelijk als ik vertel ‘het even niet te weten’ maar het graag nader te willen onderzoeken en bespreken. Hoezo weet ik het niet? Jij bent toch de specialist hierin? De autoriteit?

Wat we vergeten is dat, wanneer je in staat bent onzekerheid toe te laten, het jezelf gewoon toestaat het niet te weten, pas dan kan er wat anders ontstaan. Het niet weten stelt mij in staat oprecht opnieuw op zoek te gaan naar antwoorden, andere wegen te bewandelen. Ik word er nieuwsgierig van, luister beter naar anderen en hoor ze ook echt. En ik krijg soms verrassende zaken aangedragen uit onverwachte invalshoeken die ik anders niet had opgemerkt of ontdekt. Het verbreedt en verdiept mijn kijk op zaken en mensen. Ik zou het voor geen goud meer willen missen. En u? Durft u het ook soms niet te weten?

N.J. Murre
mei 2017





INTEGRITEIT IN ORGANISATIES VEREIST MORELE MOED

Sterke organisaties onderscheiden zich door een open organisatiecultuur waar problemen en dilemma’s bespreekbaar zijn zonder dat *werknemers daarop afgerekend worden. Fouten maken mag. Sterker nog, door fouten en blunders openlijk te bespreken leert de organisatie is de gedachte.

Toch is in veel organisaties een gebrek aan integriteit schering en inslag. Bonnetjesaffaires, afspraak is geen afspraak, informatie bewust lekken of achter houden en zaken achter de schermen weer gladstrijken. Want het ergste dat er kan gebeuren is wanneer ‘het’ bekend wordt. De organisatie of de persoon in kwestie averij oploopt en ‘het’ in de media komt. Maar hoe schadelijk is het voor een organisatie of de betreffende persoon wanneer een gebrek aan integriteit de mores wordt? Wellicht lijkt op korte termijn ‘de zaak’ gered. Maar wat betekent een organisatiecultuur die gebouwd is op leugens voor ons en voor onze omgeving op de langere termijn?

Fouten toegeven, problemen en dilemma’s bespreken vergt veel moed, morele moed.
De moed om te doen wat je moreel juist acht, ondanks de aanwezigheid van gevaar. Morele moet hangt volgens *Kidder nauw samen met drie factoren.
1.    Moraliteit;
2.    Gevaar;
3.    Volharding.

Moraliteit
Moraliteit verwijst naar waarden, normen en verantwoordelijkheden, naar de basiswaarden van organisaties en individuele werknemers. Het opbouwen en instant houden van onderling vertrouwen, elkaar respecteren in anders zijn, luisteren en begrijpen van anders denken en dienstbaar zijn aan organisatiedoelen zijn daarin belangrijke voorwaarden. Wanneer er een sfeer van onderling wantrouwen is, persoonlijke belangen/doelen (en ego’s) zegevieren en respectloosheid niet wordt aangepakt dan zal er nooit een integere gezonde organisatie(cultuur) kunnen ontstaan of worden opgebouwd. Morele moed begint bij jou als werknemer.

Gevaar
Morele moed is nodig om de gevaren van moreel handelen te trotseren. Dit gevaar kan vele vormen aannemen: verlies van positie, aanzien en inkomen, verlies van ‘bevriende’ collega’s, publieke en/of collegiale afkeuring, roddelen en bespotten, er niet meer bij horen, eenzaamheid en smaad.

Volharding
Naast moraliteit en gevaar is volharding nog een onmisbare factor voor een goed begrip van moed: je rug recht houden, persoonlijke leiderschap tonen, ondanks het gevaar.

Aan deze drie factoren van Kidder wil ik nog toevoegen; het regelmatig evalueren en durven reflecteren met elkaar als organisatie. Immers als je als organisatie het evalueren overslaat en nooit echt reflecteert op problemen en dilemma’s in de organisatie dan ontstaat er geen open gezonde organisatiecultuur. Pijnlijke en lastige kwesties blijven onder het vloerkleed met alle gevolgen van dien. Regelmatig evalueren en reflecteren op eigen en elkaars handelen geven de vruchtbare voedingsbodem waarop een organisatiecultuur, gebaseerd op vertrouwen en integriteit, kan groeien


*Voor werknemer kan ook bestuurder of manager gelezen worden
*Kidder, R. (2005), Moral courage, New York, HarperCollins.



HELPEN DIE COACHES ONS NOU ECHT?

Het lijkt tegenwoordig wel of de ene helft van Nederland de andere helft coacht. We kunnen inmiddels spreken van een heuse epidemie. Nederland telt bijna 50.000 coaches, dat is 1 op 340 mensen. De coachpraktijken schieten als paddenstoelen uit de grond: Wandelcoaches, loopbaancoaches, levenscoach, organisatiecoach, personal-coach etc. Je kunt het zo gek niet verzinnen of er is tegenwoordig wel een coach voor.

Tegelijkertijd constateren we in het westen een aantal maatschappelijke trends. Vier van deze trends houden direct verband houden met coaching. 1. lang gezond willen leven, 2. authenticiteit en geluk, 3. schaarse tijd, ruimte en aandacht, 4. regie over eigen leven. Wellicht dat dit een beperkt antwoord is op de explosie van coaches. Zij spelen simpel weg in op de maatschappelijke trends.

Maar helpen al die coaches ons nou echt? Worden we er gezondere mensen, betere leiders, slimmere werknemers en liefdevollere echtgenoten van? Worden we er betere mensen van? Brengt de coach waar we naar op zoek zijn?
Of is het vooral gewoon een gebrek sociale cohesie, of simpeler gezegd een gebrek aan buurvrouwen, dat we uit pure armoede gaan betalen om eens even ons hart te luchten en wat raad en daad te krijgen? Waarmee ik de coach niet wil degraderen tot een willekeurige buurvrouw maar wellicht is er wel een parallel. Of is het inderdaad zo dat we boven aan de behoeftepiramide van Pavlov zijn beland en we plotseling ontdekt hebben dat het tijd wordt bezig te gaan met onze persoonlijke ontwikkeling nu onze basisbehoeften grotendeels zijn vervuld? Of is de wereld zo ingewikkeld geworden dat steeds minder mensen het op eigen houtje redden, in een crisis terecht komen en ondersteund moeten worden door een coach? Of is het van alles een beetje? Het intrigeert mij als coach. Wat denkt u?

N.J. Murre februari 2017
Dit artikel is tevens te lezen op www.jongebazen.nl




Gesprekken uit de coachpraktijk II:    EEN FORMULE VOOR EEN VOORSPOEDIG LEVEN

Sommige mensen, die mijn praktijk bezoeken, komen maar niet door een crisis heen. Wat ik ook aanreik of probeer, ze lijken niet in staat het leven weer succesvol op te pakken en blijven zich ongelukkig voelen of verongelijkt hangen in oude vetes en frustraties. Hoe komt dat eigenlijk? Nu kan het natuurlijk zijn dat ik niet op de goede knoppen druk, wat af en toe best zo zou kunnen zijn. Maar laten we hier aannemen dat ik dat meestal wel doe want het merendeel van mijn cliënten pakt het leven na een crisis, na een bepaalde periode, weer goed op. Hoe komt het dan dat het deze cliënten wel lukt en anderen niet? Wat is er nodig om je leven in meer of minder mate gelukkig te leiden? Want in elk leven zijn hoogte- en dieptepunten. Dat kenmerkt het leven.

De bioloog Charles Darwin verwoorde het als volgt. ‘Het is niet de sterkste van de soort die overleeft, het is ook niet de intelligentste die overleeft. Het is die ene die het beste tegen verandering kan.’ Volgens hoogleraar psychiater en psychotherapeut Frank Koerselman leidt de moderne mens aan een gebrek aan zelfrelativering en is hij verleerd om op een gezonde manier om te gaan met frustraties en tegenslagen. Zijn conclusie uit een onderzoek onder een groep schooljongens, die tot ver in hun volwassen leven werden gevolgd, was: ‘Mensen zijn én gezond én arm én worden in de steek gelaten en viceversa. De enige echte voorspeller voor geluk of ongeluk is het vermogen tot omgaan met tegenslag. Degene die het beste kan omgaan met tegenslag, heeft de meeste kans op voorspoed.’

Of je het leven als voorspoedig ervaart zit dus volgens Koerselman vooral in jezelf. Omgaan met tegenslag heeft volgens hem te maken met zelfrelativering maar naar mijn idee ook met zelfvertrouwen, veerkracht en vooral moed. Heb je de moed om elke keer weer een nieuw avontuur aan te gaan? Want dat is het leven, een aanéénschakeling van nieuwe avonturen. Of blijf je hangen in steeds dezelfde groef van jouw langspeelplaat*, dezelfde muziek afdraaien? Ook al is die groef al zo ver uitgesleten dat de muziek je al lang irriteert. Maar deze muziek ken je. En hoe irritant ook, iets wat bekend is, is prettig.

Het zijn die mensen, die in dezelfde langspeelplaat van hun leven blijven hangen, die vooral ongelukkig zijn. Ze missen de moed om een nieuwe muziek op te zetten. Ze hebben niet het zelfvertrouwen en de veerkracht om veranderingen aan te gaan en laten zich regeren door angst of ‘de kop in het zand methode’. Liever blijven zitten in een afschuwelijke relatie of vervelend werk dan een onbekend avontuur aangaan. Want het is nog maar de vraag of het beter zal worden.

Daar hebben zij natuurlijk een punt. Een nieuw avontuur aangaan is geen garantie op voorspoed. Als je een nieuwe berg beklimt weet je immers niet wat er aan de andere kant is, een paradijs of verschroeide aarde, beekjes of een waterval, roofvogels of een kudde geiten. Alles is mogelijk. Het goede nieuws is dat, eenmaal op weg in het nieuwe avontuur, je kunt blijven kiezen. Rechts of links af, een stukje naar onder of een stukje naar boven. Er verschijnen talloze nieuwe perspectieven en keuzemomenten die je eerst niet zag toen je nog beneden stond en niet durfde te bewegen.

Al jong voldoende zelfvertrouwen, moed en veerkracht ontwikkelen is belangrijk. Helaas heb ook ik, net als veel ‘moderne’ ouders, de neiging om mijn eigen kinderen voor zoveel mogelijk tegenslagen en frustraties te behoeden. Maar die over bescherming leidt vaak tot ongezonde onevenwichtige mensen die bij de eerste en beste tegenslag de handdoek in de ring gooien. Van een gezonde portie tegenslag en frustratie groeien kinderen juist. Ze leren vertrouwen op hun eigen kunnen, door te zetten en moed te tonen. Brood nodige ingrediënten om klaar gestoomd te worden voor het latere leven. Een leven met de meeste kans op voorspoed.

*een langspeelplaat is een zwarte schijf waarop in de jaren 80 muziek werd afgedraaid. :)


N.J. Murre
januari 2017




Gesprekken uit de coachpraktijk:     DE KUNST VAN HET NIET WETEN

‘Ik weet het allemaal niet meer’, zei de man met donkere krulllen die vandaag mijn praktijk bezocht. ‘Nu ben ik bijna 50 en nog steeds weet ik niet wat ik wil in het leven. Ik ben mijn hele leven al een zoeker. Ik hoop zo dat u mij kunt helpen.’ Hij keek me hulpeloos aan roerde nog eens in zijn koffie.

‘Fantastisch’, zei ik. ‘Wat heerlijk dat u een zoeker bent. U onderzoekt het leven. Dat zouden meer mensen moeten doen.’

Ongelovig en een beetje boos keek hij mij aan. ‘Fantastisch?’ zei hij. ‘Het is af en toe een kwelling. Als mensen aan mij vragen. Wat doet u? Dan weet ik het niet. Sterker nog ik weet niet welke kant ik op moet met mijn leven.’ Hij gooide theatraal haar armen in de lucht.
‘Ik snap dat het lastig is als mensen dat aan u vragen. Zeker als u in fase zit waarop u nog even geen antwoord heeft. Maar ik ben ontzettend benieuwd wat u allemaal heeft onderzocht in het leven? En vooral wat dat u heeft gebracht aan levenservaringen en inzichten.’

Aarzelend begon hij te vertellen. ‘Ik heb de kunstacademie in Groningen gedaan maar niet afgemaakt omdat ik mij niet aan de regels hield. Volgens de docenten paste ik niet in de structuur.’ Hij snufte minachtend. ‘Dus ik ben geen echte kunstenaar. Maar ik heb veel dingen gemaakt. Kijk maar.’ En hij liet me een paar foto’s van prachtige beelden zien.

Ik was verbluft. ‘Ontzettend mooi wat je maakt zeg. Hoezo geen kunstenaar? Omdat je het diploma niet hebt. Wat een onzin.’

‘Tja’, zei hij aarzelend. ‘Dat is ook weer waar. In Nederland moet je overal een opleiding voor hebben gedaan. Ik voelde me ook nooit echt thuis in Nederland en op een dag heb ik mijn huis in Groningen verkocht, een busje gekocht en ben ik gewoon vertrokken en gaan reizen.

‘Gewoon? Wat moedig.’

‘Vindt u?’ Hij ging wat rechter op zitten. ‘Ik ben in heel veel landen geweest. India, Pakistan, Australië....en uiteindelijk in Portugal beland. Daar heb ik vijftien jaar gewoond. Het was als een warme deken. Ik voelde me thuis bij de mensen, de cultuur en maakte er prachtige beelden en exposeerde. Een tijdje had ik een café waar veel kunstenaars kwamen. Dat was een mooie tijd.’

Zijn bruine ogen begonnen te stralen. Ik moedigde hem aan om meer te vertellen wat hij allemaal had onderzocht en ontdekt over zichzelf. Een niet alledaags vol leven trok in een half uur aan mij voorbij met mooie relaties, een overwonnen ziekte en allerlei werkervaringen.
‘Wat een fantastisch leven heeft u al geleid’, zei ik. ‘Wat een rijkdom. Dat ervaren alleen de zoekers in het leven. De lastige kant van zoeken is het af en toe niet te weten. Hoe zou het zijn wanneer u het u zelf toestaat het gewoon nu even niet te weten?’

‘Lastig’, zei hij. ‘Maar ik denk dat u gelijk heeft. Als zoeker weet ik het gewoon soms even niet meer. En dan voel ik me onzeker en tekortschieten omdat andere mensen het wel altijd allemaal schijnen te weten.’

‘U zou eigenlijk compassie moeten hebben met deze mensen’, zei ik. ‘Ze denken alles al te weten en stoppen met zoeken. Maar wie zichzelf geen vragen meer stelt, zoekt, verwondert en ontwikkelt zich niet verder als mens. Mens zijn is niet moeilijk. De mens worden die jij diep van binnen bent daar is moed voor nodig. Meestal een leven lang.’

‘Dank voor het gesprek’, zei hij. ‘Ik weet het nog steeds niet maar vindt het nu minder erg.’

‘Succes met het even niet te weten. Vertrouw op jezelf. En als je nog een keer wilt praten, ben je altijd welkom.’


N.J. Murre
januari 2017







De aarde hebben we te leen

Tegenwoordig kunnen we geen krant meer open slaan of de strijd om de macht in het Witte Huis blikt ons toe, gevolgd door de artikelen over oorlogen overal in de wereld. Ik kan mij daar nog steeds over verbazen. Hoe belangrijk maken wij ons zelf als individuele mensen? We blazen onze ego’s op tot extreme proporties en vinden dat volkomen normaal.

Maar als we het vanuit een breder perspectief bekijken is het zo dat wij een gast zijn op deze aarde, bezoekers, passanten die voor een zeer korte tijd zijn gekomen en ook weer vertrekken. Daarom past het ons om nederig te zijn en wijs gebruik te maken van onze dagen om deze wereld. Als we het voor iedereen een beetje beter kunnen maken zal de mensheid als geheel gezonder en gelukkiger wordt. Het gaat niet om jou, om mij maar om de mensheid als geheel. Dat is onze taak hier op de wereld.
Het is volkomen zinloos om te claimen dat dit mijn stukje op de aarde is en dat iemand anders daar af moet blijven. Immers voor jou waren al miljoenen mensen die leefden op jouw plek en na jou komen ook weer miljoenen mensen die op jouw plek zullen leven. Het is een stroom die doorgaat en waar jij maar een heel klein deeltje van uit maakt.
De aarde hebben we te leen. Die blijft nog een hele tijd. Daarom moeten we er zorgvuldig mee omgaan. Niet alleen met haar grondstoffen maar ook met de plek die er is. Geen plek is namelijk exclusief van iemand. Geen plek is nodig om te moeten bevechten. Dat is door ons mensen bedacht ingegeven door angst en/of de drang om te willen overheersen.

Als we er zo naar kunnen kijken dan worden de meeste oorlogen ook meteen volkomen overbodig. Zinloze energie om elkaar van elkaars land te verdrijven, de macht te willen hebben, ideeën op te dringen. Energie die we beter kunnen stoppen in compassie hebben met elkaar, elkaar te accepteren in elkaars verschillen en verscheidenheid en te zorgen voor diegene die dat nodig hebben. Dichtbij huis of verder weg, het maakt niet uit. Het is een energie die een positieve bijdrage levert aan de mensheid als geheel in plaats van deze af te breken.

Ik besef dat we hier nog ver vandaan staan. Maar als jij en ik het vast begrijpen dan is dat vast een klein begin.


N.J. Murre
Oktober 2016